Achterflap
De Elzas, 1871. Nadat Franz' tirannieke vader een vreselijk geheim heeft onthuld aan Irene is ze weggevlucht uit Altenstadt. In alle eenzaamheid brengt ze een zoontje ter wereld en daarna verdient ze noodgedwongen de kost in een textielfabriek in de Palts. De toekomst oogt grauw en triest.
Dan leert ze Josef Hartmann kennen: deze charismatische vakbondsman lijkt haar de bescherming te kunnen bieden waarnaar ze zo verlangt. Wanneer hij na een staking in de gevangenis belandt, slaagt Irene er geheel op eigen kracht in uit te groeien tot een empathische voorvrouw in een succesvol naaiatelier. Hoewel ze nog steeds met hart en ziel van Franz houdt, besluit ze toch Josef te volgen als hij vrijkomt uit de gevangenis. Maar kan ze Franz echt achter zich laten?
"Herebewaarme! Wie geeft er nu zo iemand werk? Hij hitst de mensen toch alleen tegen hun broodheren op!"
![]()
Lezen?
Ik vond "Storm boven de velden" zo mooi, dat ik meteen aan dit vervolg ben begonnen. En opnieuw heb ik gelezen en genoten. Je wil gewoon weten hoe het Irene afgaat, maar ook Franz en zijn moeder Pauline slepen je mee in het verhaal.
Waar het in het eerste boek van deze trilogie nog vooral over Huize Gerban gaat, wordt het verhaal nu breder getrokken. Irene trekt immers verder weg en in al haar naïviteit maakt ze kennis met de harde mentaliteit in de fabrieken van weleer. Het boek deed me meermaals aan de film Daens denken. Het feit dat ze zo een straffe madam is, maakt dit boek heerlijk om te lezen. Je voelt gewoon dat er nog meer voor Irene in het verschiet ligt.
Maar ook Pauline toont zich een sterke vrouw. Ze wordt, zoals dat blijkbaar normaal was in die tijd, weggestoken in een "gekkenhuis". Toch weet ze te overleven en geduld op te brengen om terug naar het normale leven te kunnen weerkeren.
Ik kijk alvast heel erg uit naar Deel 3.